Wat het verraderlijk simpele L’escale meesterlijk onderstreept is niet hoe zeldzaam hun hechtenis was, maar wel hoe uitzonderlijk de vrijlating. Pas na tal van telefoongesprekken tussen vrienden, kunstinstituten, overheden en ambassades kwam er schot in de zaak. Hun achtergebleven celgenoten, afkomstig uit alle uithoeken van Centraal-Afrika en vaak al maandenlang in opsluiting, zijn ze nu, drie jaar later, niet vergeten: in een lange oplijsting benoemen de filmmakers enkelen van hen. Zo sleuren de cineasten slachtoffers van deze arbitraire wandaden uit de anonimiteit en hopen ze op rechtvaardigheid, voor hun gewezen lotgenoten, maar ook voor alle onschuldige toekomstige reizigers die een gelijkaardig lot riskeren.
Nu de film internationaal verdeeld en bekroond wordt (vorige maand nog met de Prize of the Jury of the Ministry of Science and Culture of North Rhine-Westphalia op het kortfilmfestival in Oberhausen) krijgt de al merkwaardige film nog een extra dimensie. Niet alleen dwingt het werk ons te erkennen dat niet iedereen even vrij is zich over werelddelen heen te verplaatsen, maar wijst het nu ook, bewust of niet, op de curiositeit dat een film vlotter landsgrenzen overschrijdt dan de makers ervan. Dat spanningsveld maakt inherent deel uit van de aanleiding van L’escale, aangezien Shemisi en Saleh in 2019 ook al onderweg waren naar een filmfestival toen ze noodgedwongen tot halt werden geroepen in Luanda.
Hoewel slechts kort vermeld toch zeer aanwezig voor iedereen die begaan is met Collectif Faire-Part is ook de Belgische helft van de groep: Rob Jacobs en Anne Reijniers, in L’escale op de achtergrond verscholen tot de aftiteling verschijnt. Ook zij werden in mei 2019 verwacht op hetzelfde filmfestival en in tegenstelling tot hun Congolese creatieve partners hadden zij geen problemen om hun bestemming te bereiken. Dat Jacobs en Reijniers probleemloos konden reizen, louter omdat ze dragers zijn van een Belgisch paspoort en een witte huid, onderstreept de akelige conclusies die deze film tracht te vervatten, zonder die te (moeten) expliciteren.
L’escale is niet het eerste wapenfeit van dit ensemble. Sinds hun ontmoeting in 2015 maakte het viertal onder andere Faire-Part (2019), In vele handen (2020) en Speech For A Disappearing Statue (2021), respectievelijk scherpzinnige studies over de koloniale navelstreng die Congo en België nog steeds met elkaar verbindt, de Congolese collectie van een Belgisch museum en de noodzaak tot de dekolonisatie van het straatbeeld. De zoektocht naar een postkolonialistische toekomst vormt de rode draad in hun oeuvre. Faire-Part begrijpt dat die weg een open vraag is met vele mogelijke antwoorden en dat vooral de Congolese kant van het gesprek dringend gehoord moet worden. In hun aanpak kiezen ze dan ook resoluut voor een pluraliteit en diversiteit aan stemmen, niet enkel gereflecteerd door het vierkoppige collectief maar ook door de vele mensen met wie ze samenwerken.
Die gelaagdheid en nuance maakt Collectif Faire-Part en hun laatste werk zo uniek. De filmische schoonheid en politieke scherpte die het viertal verenigd kan bereiken, is onmiskenbaar. Maar de te overkomen obstakels om dergelijk initiatief draaiende te houden, zo blijkt nog maar eens uit L’escale, zijn enorm. Toch slaagt het collectief er niet alleen in zeer geraffineerd werk te maken maar ook te inspireren, en een breed publiek aan te spreken. Dat maakt de eenvoudige vorm van L’escale, tegelijk een dankwoord en een bijtende brief, zo krachtig. De film is niet alleen een bevraging over hoe en waarom sommigen het meer of minder zouden verdienen om zich vrij te bewegen maar ook een belofte om buitengewoon werk te blijven maken, hoe groot de hindernissen ook zijn en het onrecht ook is.