Het is 2017. De presidentsverkiezingen in Frankrijk naderen, en de tijdgeest raast richting onrust. Pierre Nisse is de gelijknamige Pierre, een jongvolwassene wiens interne strubbelingen in lijn liggen met die van de buitenwereld. Zijn pogingen om aansluiting te vinden bij de frivoliteiten van zijn chique universiteit laten hem verbitterd achter. Dus zoekt hij naar antwoorden in het politieke discours. D’un château l’autre volgt hem op de voet wanneer hij de politieke rallies van Emmanuel Macron en Marine Le Pen bijwoont, en toont de gemaaktheid van dat soort trumpiaanse bijeenkomsten. Tijdens Macrons rally in Bercy knalt DJ Snake & Lil Jons’ hit Turn Down for What door de luidsprekers. Op die loeiharde beats danst het publiek als zombies; met hun vlakke gezichtsuitdrukkingen, gekleed in t-shirts, petjes, of voorzien van banners waarop Macrons naam prijkt — de nieuwste merchandise van LREM’s (La République en Marche) is overal. Het debordiaanse spektakel bouwt op naar een climax. De vraag stelt zich inderdaad: turn down for what? Het politieke speelveld blijkt een dansvloer geworden. Een plek waar David Guetta en La Marseillaise eenzelfde nationalistisch gevoel bij het publiek uitlokken: Aux armes citoyens! We are titanium!
Pierre steekt fel af tegen al de uitgestreken, faux enthousiaste gezichten. Hij belichaamt de observerende blik, die bovendien betekenis krijgt wanneer hij Francine over zijn onzekerheden vertelt. Marre slaagt erin Pierre’s verwarring en rusteloosheid in het filmisch beeld te verwerken; scherpe, precieze digitale beelden wisselen af met de nostalgische waas en imperfecties van Super 8. Het beeld veruiterlijkt Pierres fragiele gemoedstoestand en dito politieke opinies. Ter contrast is er Francine die met haar leeftijd, fysieke toestand en levensovertuigingen als een anker dient en Pierre ervan weerhoudt te ver richting extremiteit af te drijven. Toch staat Francine niet symbool voor stagnatie. Tijdens haar gesprekken met Pierre, wanneer hij zijn gal spuwt over zijn huidige sociale context, stuwt Francine hem telkens richting positieve verandering, vooruitgang en, bovenal, richting leven in functie van zichzelf. Jammer genoeg is dat vaak makkelijker gezegd dan gedaan.
In een emotionele scène later in de film verhult Francine, op het dak van Centre Pompidou, dat haar geluk afhangt van het bezoek van haar kinderen. Het is onduidelijk of haar woorden zo in het scenario stonden, of dat ze uit zichzelf komen. De trilling in haar stem en haar tranen lijken die laatste optie te bevestigen. Wetende dat het net een van haar kinderen is die vanachter de camera haar bekentenis op beeld vastlegt, krijgt het moment des te meer lading. Marre capteert Pierre en Francine gedurende de hele scène in profiel, terwijl ze de avondlijke Parijse lucht opnemen. Met uitzondering van één moment, waar een snelle cut een close-up van hun verstrengelde handen toont, om vervolgens opnieuw naar hun gezichten te springen. Net zoals de hoger besproken tweedeling door het venster, een vluchtig en makkelijk te missen moment. Ergens in de liminale ruimte tussen de profilmische en diëgetische realiteit krijgt een simpel gebaar, een eenvoudige blik of een glimlach, een bijzondere emotionele lading en betekenis. Deze momenten zijn onmogelijk slechts aan één realiteit toe te schrijven.
Van links naar rechts, van volwassen- naar ouderdom, van onverschilligheid naar vriendschap, en van persoonlijk naar politiek, als film dwaalt D’un château à l’autre alle kanten op. Niet zonder doel, wel volgens de verwarring en het verlangen van de personages. Er is begin noch einde. Er zijn enkel spontane pauzes onderweg. En wanneer deze zich op het beeld onttrekken, kunnen wij niets anders dan genietend toekijken.