Vaak dagdroom ik over de begindagen van de cinema: hoe moet het zijn geweest om getuige te zijn van de kinematograph of om door het oculair van een kijkdoos te kijken? Om te interageren met deze technologieën, niet wetende welke grote shifts in de visuele geschiedenis ze zouden gaan vertegenwoordigen? Maar dan realiseer ik me dat deze generatie getuige was van een soortgelijke paradigmatische verschuiving: de lancering van het internet eind jaren 2000.
Samen alleen
Olivia Rochette & Gerard-Jan Claes’ Because We Are Visual
Wat echter ook langzaam zichtbaar wordt, is een immense eenzaamheid, een schreeuw om erbij te horen. De paradox van het videodagboek is precies dat. Je staat helemaal alleen voor de camera, in de hoop dat er aan de andere kant iemand luistert.
Met hun compendium van internetvideo’s wijzen Rochette en Claes op de geboorte van een nieuw oog: het webcam- of laptop-oog, een kant-en-klaar instrument om jezelf bloot te geven, van je ziel tot je lichaam. Sommige van deze vloggers vertellen ons over hun relatiebreuk of over hun strenge ouders; anderen tonen ons prachtige regenbogen of skate-avonturen; een zwangere vrouw toont ons haar buik, een andere staat helemaal naakt voor de camera, zichzelf te plezieren. Dit tijdperk maakte plaats voor een obsessie met het zelf, maar nog niet voor zelfobsessie; de nieuwe technologie leidde tot een oprechte (zij het soms achteloze) impuls om jezelf en je dagelijks leven vast te leggen, en dat allemaal lang vóór de monetarisering van content. Het was een tijd waarin de drijfveer van de vlog niet economisch was (zoals nu voor YouTube-, TikTok- of OnlyFans-influencers), maar sentimenteel. Niemand probeerde je iets te verkopen, maar slechts te vertellen over hun saaie dag.
Because We Are Visual raakt een gevoelige snaar omdat het een verlangen naar verbinding toont, een verlangen om gezien te worden. Was dat niet de grote belofte van de nieuwe virtuele werelden: ons allemaal verbinden? Daar wordt naar gehint: een montage van vogels die over verschillende steden vliegen bewijst misschien dat we allemaal door dezelfde dingen worden geraakt, waar we ook vandaan komen. Wat echter ook langzaam zichtbaar wordt, is een immense eenzaamheid, een schreeuw om erbij te horen. De paradox van het videodagboek is precies dat. Je staat helemaal alleen voor de camera, in de hoop dat er aan de andere kant iemand luistert.
De montage van Rochette en Claes voelt misschien aan als een viering van de verschillende manieren waarop we eind jaren 2000 graag alles bloot legden voor de camera, maar wekt vandaag ook melancholie op voor de collectieve vreugde rond die nieuwe technologie. In een tijd van vlogs als carrièremiddel missen we misschien dat ongemakkelijke gegrinnik van het vroege internet, toen we ons er ook een beetje voor schaamden dat we iemand nodig hadden om naar ons te kijken.