Ze bleef in haar kot
Is het gek te stellen dat Akerman, lang voor Covid ten tonele verscheen, haar eigen lockdown orchestreerde? Dan wel één aangedreven door een heel ander soort virus. In haar eerste kortfilms lijkt de filmmaakster in ieder geval de muren op te lopen. In La Chambre (1972) plaatst ze zichzelf, haar lichaam, en de objecten in haar kamer op gelijke voet. Ze wordt zoals de lamp aan het bureautje of de pot in de keuken in het decor opgenomen. Terwijl de camera rond haar as draait en de hele ruimte op ooghoogte registreert vervaagt de filmmaakster tot deel van een geheel. De afstand tussen de wereld voor de camera en de wereld achter de camera wordt kleiner, onbestaand.
De camera draait drie volledige cirkels rond en beslist daar drie halve manen aan toe te voegen. Het speelterrein van de net zo gulzige, vrije lens wordt ingeperkt. Ons zicht wordt belemmerd en een deel van de leefruimte wordt onbereikbaar. De vrouw in het bed krijgen we nu beter te zien. De camera draait niet meer maar het draait nu wel om haar. “Pour faire du cinéma, il faut se lever” zou ze een tiental jaar later in La Paresse zeggen, haar bijdrage aan de omnibusfilm Seven Women, Seven Sins. Niet dus. Of hier toch niet. Want hier ligt de filmmaakster horizontaal te niksen. Bovendien zou die slaapkamer doorheen haar hele oeuvre blijven opduiken. Zo koppelt ze wel vaker terug naar dat bed waarin ze zich terugtrekt, stil verzonken in onopgemaakte linnen chaos, stil gevangen in het binnenvallende daglicht.
Lockdowns worden breakdowns
Aan haar eerste kortfilm, Saute ma ville (1968), is niets stil. Daar is haar personage abrupt, energiek, explosief. Manisch en onstuimig gaat de jonge vrouw aan de slag met de was en de plas. Er wringt iets. De huishoudelijke taken worden te naarstig, te haastig afgewimpeld. Op haar gezicht verschijnt een ondeugende, zelfbewuste glimlach wanneer ze haar wijn morst. Haar impulsieve driftigheid wordt versterkt door een vrolijk geneurie dat vervolgens omslaat in dolle nervositeit. Na het kuisen gaat ze de krant lezen, dan de schoenen poetsen, dan de gaskraan opendraaien. De routine is het banale voorbij en wat was kan niet meer zijn. Is dit een gerichte zelfmoord, of wordt het concept van de vrouw aan de haard hier opgeblazen?