Met de essayistische kortfilms Atopia en Pirate Boys werpen Olivier De Vos en Pol Merchan een licht op queer thema’s. Hoe belangrijk is die representatie? De filmmakers delen hun bedenkingen over de verhouding tussen het medium film en de industrie daarrond.
Jullie films bewerken en verwijzen naar reeds bestaand werk. Waar in het maakproces is die intertekstualiteit tot stand gekomen?
Pol: Het idee van Pirate Boys is ontstaan vanuit Del LaGrace Volcanos werk, specifiek dan de foto van Kathy Acker waarmee de film opent. Toen ik dat beeld voor het eerst tegenkwam, wist ik weinig over Acker. Die foto was de aanleiding om mij volledig onder te dompelen in de wereld van zowel Acker als Del LaGrace Volcano. Gelijktijdig aan dit onderzoek zat ik met het verlangen om een beeldtaal te vinden voor mijn leven en omgeving in Berlijn. Uit die beide sporen is het idee ontstaan om een soort van adaptatie te maken van Pussy King Of The Pirates, Ackers boek waarvan secties in Pirate Boys worden voorgedragen.
Olivier: Het schrijfproces voor Atopia begon in de pandemie. Ik las toen veel filosofische teksten. Om voor mezelf een overzicht te bewaren, hield ik een soort dagboek bij. Daarna was het een oefening om die informatie om te zetten naar mijn werk als queer kunstenaar. Found footage, waaruit Atopia voor een groot deel is opgebouwd, voelt voor mij als een evidente queer manier van werken. Ik ga automatisch op zoek naar werk van andere queer makers. Om vervolgens te onderzoeken hoe zij omgaan met hun omgeving, met dingen die al bestaan. Zo heb ik me de laatste tijd meer verdiept in het werk van Derek Jarman, maar ook Acker. Ik vind veel van Atopia in hun werk terug.