In de eerste geanimeerde beelden van Laura Vandewynckels Het Paradijs zien we een witte man lopen door een steriel landschap dat doet denken aan een luchthaven. Hij haalt een sleutel tevoorschijn om een voor ons onzichtbare deur te openen die hem tot zijn privéjet brengt. In feite zijn er nergens deuren, de man beweegt door een labyrintisch raster van witte zuilen. De onzichtbaarheid van gebruikelijke drempels, en de protagonist zijn unieke toegang hiertoe, verwijst naar het voorrecht van de man als reiziger uit het mondiale noorden. Zijn jet vliegt over zee om zo een duidelijk kleurrijker land te bereiken, waar mannen met elkaar wedijveren om hem te dienen en vrouwen voor hem dansen op exotische muziek, terwijl hij zich tegoed doet aan lokale gerechten. De mensen in dit “paradijs” maken de fantasie van de witte man over hun land een werkelijkheid – met cultureel vermaak en enthousiaste gastvrijheid tegen de achtergrond van de zonsondergang.
Gesloten poorten
Laura Vandewynckels Het Paradijs (2014)
De erkenning van de ‘vluchtelingencrisis’ als dusdanig heeft ons ongevoelig gemaakt voor beelden van schipbreuken en sterfgevallen in het water en op de kusten, die we zijn gaan categoriseren als een natuurlijk gevolg van illegale grensoverschrijding.
Deze ‘crisis’ stelt migratie – de natuurlijke drang van gemeenschappen om te overleven, vooral langs kustgebieden – voor als een misdaad. Ze verhult het geweld bij grenscontroles, die vaak zijn geworteld in koloniale organisatiestructuren. In Vandewynckels film vloeit dit alles in elkaar over. De zee voert puin van de witte zuilen in de luchthaven mee en daar zijn ook plassen zeewater zichtbaar op de vloer – een bewijs van hoe poreus maritieme grenzen zijn.
Laura Vandewynckels Het Paradijs distilleert het witte verlangen naar en het recht op bezit tot een helder beeld van dit onrecht in de strakke kaders van haar poppenspel. Het witte lichaam wil alleen de geneugten van het Zuiden, zonder de lichamen aan te hoeven raken die daar leven. Het migrantenlichaam uit dit deel van de wereld verzet zich hiertegen door op een boot te stappen richting een beter leven, naar een paradijs. De film geeft die langdurige zoektocht treffend weer, door ons late besef dat de gekleurde man die aan het einde van de film in de luchthaven hurkt, er in het begin ook al was. Het enige verschil was dat hij zich nog niet als persoon had gemanifesteerd, en enkel zichtbaar was als een weerspiegeling in een waterplas die hem in zijn Eden in de steek had gelaten.