Een man doet alsof hij slaapt. Zijn handen liggen gekruist op zijn schoot. Zijn kleindochter—filmmaker Marthe Perret—zit naast hem op de zetel. Haar ogen dwalen af. Ze kijkt buiten de grenzen van het scherm naar een vertrouwde woonkamer in een appartement, waarin haar grootouders zich door de jaren heen teruggetrokken hebben. Er hangt een mist die generatie na generatie aandikt. In die nevel schuilt het verhaal van haar familie.
Met haar afstudeerfilm Des cailloux derrière ton dos brengt de Franse Perret (°1999) een ontroerende inkijk in zowel de geheim gehouden geschiedenis van een familie, als in het Palestijnse verzet. De Nakba dwong Perrets grootvader in 1948 zijn bakermat te verlaten. Hij kwam in Libanon terecht, waar hij zijn vrouw leerde kennen. Om te kunnen functioneren op die nieuwe plek, hulde hij zijn afkomst in een waas van geheimzinnigheid. “Integratie is zo ook een verhaal van verscheuring,” preciseert de filmmaker. In een poging om de pijn, angst en het geweld buiten te sluiten, trokken haar grootouders zich steeds meer terug in hun appartement.
Wat een cocon moest zijn, werd zo ook een bunker. Van daaruit schrijft Marthe een “onmogelijke brief” aan haar grootvader, aangevuurd door een diep verlangen om haar familiegeschiedenis en -dynamiek beter te begrijpen en op zoek te gaan naar ontbrekende beelden. Haar delicate essayfilm ontleent zijn titel aan een Arabisch gezegde over zware dingen die we ruggelings achter ons laten (de stenen staan daarnaast symbool voor de Palestijnse intifada). Des cailloux derrière ton dos gaat over verzwegen en onzichtbare aspecten die aan elkaar overgeleverd worden, van een fascinatie voor zegels tot een diepgewortelde woede en een voorliefde voor jasmijn.
Moet je je ‘klaar’ voelen om een film te maken over je familie? Wanneer kan je dat als cineast?
Mijn bachelorfilm was daarbij essentieel. Mercedes comme papillon (2024) is het portret van Luisa, een flamencoartieste die deel uitmaakt van de gitanes gemeenschap uit de banlieues van Montpellier. Haar familie is cruciaal voor haar eigen verhaal, omdat flamenco van generatie op generatie wordt doorgegeven. Het is voor hen een manier om emoties te uiten, pijn te voelen, samen te komen en kracht te putten. Door de focus op de familie te leggen, rezen er ook vragen over identiteit. Zoals over de complexiteit van het vrouw-zijn binnen een zwaar onderdrukte gemeenschap: er is trots en een sterk gevoel van verbondenheid, maar ook de wil om te emanciperen en hun eigen dromen na te streven.
Het was niet gemakkelijk om die spanning als outsider te onderzoeken. Door deze film te maken, ondervond ik, ook in het licht van mijn eigen familiegeschiedenis, hoezeer identiteitskwesties me raken. In het bijzonder wanneer het gaat om identiteiten die door dominante ideologieën worden verzwakt.