Er is veel te horen, te allen tijde, tegelijkertijd. Of er geluiden vallen te onderscheiden of niet, is naast de kwestie, want al het geluid in Note on Multitude is gepraat over gepraat, gelaagd, op verschillende volumes — een polyfonie van stemmen samengebracht door veldopnames, afgewisseld door geluiden van lichamen bewegend in de koude: een rits die opgetrokken wordt, het zachte gepiep van twee donsjassen die langs elkaar schuren… zelfs de knuffels zijn hoorbaar, de ene na de andere, een eindeloze sequentie. Proberen ze de tijd voor vertrek uit te rekken, of is de tocht al begonnen, zelfs voor het afscheid?
Wanneer laten we ons huis achter: wanneer we op de bus stappen die ons (hopelijk, maar niet met zekerheid) naar het buitenland brengt, of wanneer we aan de andere kant van onze voordeur staan? Misschien zijn we al vertrokken wanneer we de tickets kopen, of wanneer we iemand voor het eerst over onze intenties vertellen? Of misschien begint alles bij die ene gedachte, die “wat als…”? Al deze micro-events vallen te herleiden tot een eenvoudig vaarwel, uitgewisseld, en vermenigvuldigd aan de bushaltes waar deze beelden werden vastgelegd.
Met speurende blik richt de camera zich op gezichten van mensen die in en uit omhelzingen glijden, in en uit het kader. De afstand – onstabiel en vaak overschreden in snelle cuts van long shot naar close-up — laat mij alle grenzen in vraag stellen: die van ruimte en tijd, van emotie en houding, en van de film zelf. Waar begint en eindigt een frame? Hoe komt het dat een film, die de realiteit knipt en in een rechthoekig kader plakt, toch doorsijpelt met liefde en niet bruut afgescheurd lijkt? Een camera is geen oog, en toch kijkt het, ook al is het artificieel. Het neemt op, biedt een nieuwe blik, ondanks (of misschien net dankzij) de afstand en technologische tussenkomst die het altijd impliceert. Voor Note on Multitude telt dit als de enige geldige vorm van zien, de enige keer waar het werkwoord “vastleggen” losbreekt in plaats van naar gevangenschap verwijst.
Ieder afscheid gaat gepaard met een pijnscheut die bij vertrek komt kijken, en wordt versterkt door de pijn van achtergelaten worden, dat geldt ook voor de lange vaarwels in Hasanovićs kortfilm. Velen van zij die zouden moeten vertrekken, zullen er uiteindelijk niet in slagen. Aan de ene kant zijn er veelheden, en aan de andere kant — niet genoeg bussen.
Herinner jij je nog iets van 6 maart 2015? Deze mensen wel: als een dag die hun leven veranderde toen ze zich op bussen richting Servië en Hongarije repten, in de hoop van in het westen een beter leven te treffen. Die “Westerse Droom” was de enige leefbare toekomst voor 75,000 Kosovaren, in 20152 alleen al. De film sluit laconiek af met een verwijzing naar dit grote economisch-politiek-sociaal probleem, enkel de naam en datum van herkomst (Pristina, Kosovo, 06.03.2015) komen in beeld, en onderstreept zo hoe dringend de situatie onze aandacht verdient.
Slechts twee maanden eerder, in januari 2015, bleven de ruiten van een regeringsgebouw door langdurige protesten wekenlang gebarsten. Een blijvend toonbeeld van de frustraties die overliepen. De recente geschiedenis van Kosovo is gedrenkt in ontevredenheid, interne strubbelingen, en tweesplitsing. Een land wiens onafhankelijkheid telkens in vraag gesteld wordt en steeds een strijdpunt vormt. “Thuis” is, bijna per definitie, een plaats van onrust en ambivalentie, waar iemand strijdt voor onafhankelijkheid, en verlangt naar erbij horen.
Door deze momenten van vertrek vast te leggen, draagt Hasanović in principe bij aan verschillende familiealbums; het home video genre herdacht als de “thuis verlaten” video. Notes on Multitude heeft aandacht voor de ruimtes tussenin, waardoor allerlei reacties kunnen plaatsvinden – huilen, lachen, warme knuffels, vermijden, duwen en trekken, vermoeidheid — een plaats die volledig toebehoort aan zij die we in de film treffen — anonieme honderden van wie we niets weten en wie we toch intiem volgen. Met deze film bouwde Ibro Hasanović hen een huis.