“Wat een genot, wat een geluk, wat een verrukkelijke, edele en zinvolle daad zou het zijn, als een mens in staat bleek ook maar één zo’n bloem te vervaardigen! Maar dat kon niemand, geen held, geen keizer, geen paus en geen heilige.” — Hermann Hesse, Narziss en Goldmund
Carnations, waarmee Martijn van de Wiele afstudeerde aan KASK, is in zijn eigen woorden een meditatie. In een vijftiental minuten documenteert de film de groei en oogst van anjers in een kwekerij; van hun prille, trillende begin tot hun diep oranje, donker omrand einde. Die bewegingen toont hij op een ogenschijnlijk niet geëngageerde manier: ze mogen gewoonweg bestaan, zonder dat de filmmaker zich roert. Met nauwkeurige cadrages en een mijmerende montage plaatst van de Wiele zich dichtbij de tijdservaring van de bloemen. Zo ontstaat er een afstand tussen de trage contemplatie van de filmmaker, die zich richt op de ontwikkeling van de planten, en de werktuiglijke snelheid die hoort bij deze schaal van bloemenkweek. De anjer wordt zo tweeledig; langs de ene kant een veelzijdig symbool, een artistiek object, langs de andere kant een product van commercie.