Er is iets betoverends aan een bruisende openluchtmarkt in een metropool. De ruimte vormt zich via luidruchtigheid, verstrengeld in een wirwar van talen en accenten. Visueel vloeien alle kleuren uit het spectrum er in elkaar, terwijl hun levendigheid de handel en verbondenheid aanwakkert. In Noonlight (1991) maakt Kayt Schneider van een wandeling door de Zuidmarkt in Brussel een rustige studie van de subtiele dynamiek tussen mensen, de stad en de tijd. De rauwe 16mm-beelden, gemixt met de constante witte ruis van de markt, voeren ons mee naar een verleden dat griezelig vertrouwd aanvoelt.
Dwalend door het publiekelijk intieme
Kayt Schneider’s Noonlight (1991)
De meest intimiderende scène in Noonlight is waarschijnlijk wanneer de camera zich richt op de karkassen van dieren die op de markt liggen uitgestald. Schneider brengt zo ethische en ecologische thema’s rond slachting, kwetsbaarheid en dood binnen. Maar deze beelden maken ook gewoon deel uit van het metabolisme van de stad, typisch voor het begin van de jaren negentig. Noonlight is geen illustratieve fabel, maar biedt een fenomenologische ervaring van terugblikken op de geschiedenis, alsof je analoge dia’s bekijkt in een schemerige kamer, waarbij elk kader verwijst naar het verleden van een van de meest levendige bezienswaardigheden van Brussel.
De enige expliciete tekstuele aanwijzing die Schneider ons nalaat, is de tekst die aan het einde van de film verschijnt: “With Love to Granny Lorraine.” Deze onthulling van een persoonlijke band voegt zich bij de vredige poëzie van Noonlight; niets anders zou de nostalgische ondertoon beter kunnen bevestigen. Herinnering kan verontrustend zijn, en nostalgie zou de herinnering aan goedheid en kalmte moeten blijven. Zou Granny Lorraine de oudere vrouw kunnen zijn die ons, op mysterieuze wijze, aankijkt in het openingsshot van de film? Is de Zuidmarkt de plek waar zij ooit bloemen kocht, groenten bijeen raapte, of even bleef staan om een man te bekijken die trucjes uitvoerde met zijn trompet? Maar vooral: zijn wij stiekem niet allemaal geïntrigeerd door die namen aan wie een kunstwerk wordt opgedragen en waarin de grootste liefde van hun makers luid en vol trots wordt uitgesproken?
Wat Noonlight vertrouwd maakt, is niet louter de oproep tot nieuwsgierigheid, of die nu individueel of gedeeld is, maar de manier waarop het ruimte opent voor onze eigen betekenisgeving. Terwijl we de menigte door deze specifieke markt volgen, denken we misschien aan een andere plek – een blijvende maar discrete derde ruimte – die ons persoonlijke archief vormt van straatbeelden, geluiden, geuren, ontmoetingen, stille observaties. We boetseren onze nostalgie als reactie op wat in het heden ontbreekt. Dergelijke sociaal gedeelde sentimentaliteit ten aanzien van het verleden kan natuurlijk gemakkelijk geënsceneerd of geconstrueerd worden, vooral omdat nostalgie tegenwoordig vaak synoniem is voor een bepaalde esthetiek, alsof een betere versie van de wereld van vandaag slechts één filter verwijderd is. Maar Schneiders documentaire-blik lijkt minder bezig met het romantiseren van het marktdecor. Noonlight wijst nauwelijks op een vlekkeloos verleden; zijn korrelige textuur zijn de rimpels van de tijd.