Aulona’s verhaal bouwt zich traag en in brede cirkels op rondom haar spontane on-the-spot verkenning, waarbij ze gebruikmaakt van haar persoonlijke digitale fotoarchief, en enkele andere Mac-apps. Zo verschijnt een hoop automatisch gelabelde .jpg-files van een trouwfeest. Sommige foto’s hebben een zekere tactiliteit; iemand draagde er zorg voor en stak ze in een kadertje. Andere dragen die kracht al in zich: beelden waarachter het verhaal zich makkelijk laat raden, ervaar je als driedimensioneel wanneer je wordt meegenomen naar een Oost-Europees dorpshuis, vernietigd door een granaatinslag, het testament van een uiteenvallend Joegoslavië. Dat is het onuitgesproken antwoord op de vraag “Waar kom je vandaan?”, een antwoord dat moeilijk uit te spreken valt, maar toch cruciaal is. Het is lastig te zeggen waarom iemand liever ontworteld en voor tientallen jaren geminacht wil worden, in plaats van op hun eigen plek te blijven. Foto’s van een paar jaar later, terug in Kosovo, tonen een kinderfeestje, “in houses they called ours.”
Het is een wrede grap dat deze onfortuinlijke familie net in de horecasector zijn plaats vond en daar instaat voor het plezier en de vakantiemomenten van net wie hen doorgaans negeert. Herinner je je nog hoe toerisme ooit ging over uit je comfortzone treden en het ontdekken van het onbekende? Deze film zit bomvol met dit soort kleine onthullingen. Daarbij verschijnt de tekst bij de foto’s, in een steeds lossere vorm: van klassieke ondertitels tot een split screen waarbij het beeldscherm links Fetahaj’s webcam toont, en rechts het tekstdocument waarin ze live gedachten typt: “Just like the tourists, I am/ Sleeping in soft beds my mother makes,/ Eating the food my father learned to cook./ But quietly questioning if we have overstayed our welcome./ If maybe we have spent all this time/ Collecting memories that would soon become/ souvenirs…”
In het segment dat vertelt over haar terugkeer naar Kosovo, krijgen het monotone geklik en de vage achtergrondgeluiden die haar virtuele verkenningstocht begeleiden, een rijkere invulling: de geluiden van een waterval en vogelgezang roepen een boswandeling op. Fetahaj contrasteert die beelden met laconieke opmerkingen en poëtische reflecties over de ervaring van anders-zijn: “All the unknown faces resembling mine.”
De kinderen die de oorlog van ex-Joegoslavië meemaakten, zijn vandaag volwassen. De gebeurtenissen die hun leven markeerden kwamen de afgelopen decennia maar zelden in het nieuws. Maar het is nog steeds hun levensverhaal. Low-budget films lijken veel beter geplaatst om context en nuance te brengen dan de bredere mediaberichtgeving.
De melancholie van she asked me where i was from heeft meer te maken met de gevoeligheid van de filmmaker en met de audiovisuele middelen waarmee ze die uitdrukt, dan met het brute geweld en de micro-agressies die de Kosovaarse familie moet doorstaan. Er is een bijzonder ‘space alien’ effect in de Mac Photo Booth die Fetahaj toepast op haar webcam terwijl ze het tekstdocument aanvult op de andere helft van het scherm. Terwijl ze dat effect aanhoudt, kan je haar als kijker observeren en je zo de strijd inbeelden die ze voert om haar gevoelens te vertalen naar woorden. Het vervormingseffect heeft ook iets ludiek, maar wat deze long-take zo sterk maakt is dat die ons na een lange opeenvolging van moeilijk te verteren beelden, de tijd geeft om te kijken, te ademen.