In een reeks intieme, huiselijke taferelen die het heden met het verleden verweven, eert Biya de doorleefde handen van een (overleden) grootmoeder. Door de herhaling van dezelfde gebaren, smelten de handen van drie generaties vrouwen samen, los van iedere belemmering die de voortschrijdende tijd stelt. Is er een mooier lichaamsdeel dan de handen om bij stil te staan om de uitgedoofde verbinding tussen hoofd en lichaam, een kenmerk van deze razende tijden, terug aan te wakkeren? Het is uiteindelijk nog het meest met onze handen dat we toch iets proberen te maken van dat wat verloren is, en dat wat rest. Biya werpt daarbij de vraag op of het mogelijk is om milder te zijn voor onszelf (“I wanted to do as you and care for myself”).
Dat verlangen naar mildheid schuilt ook in Biyas omgang met tijd. De resoluut trage en statische beelden maken die extra voelbaar wanneer de vrouwen koken, borduren, planten verzorgen. Het ritualistische karakter van hun handelingen verankert de herinnering terug in een gevoel van veelheid aan tijd; herinneren doen we het vaakst in flitsen en flarden. De terugkerende detailshots van de theepot op het gasfornuis, versgeplukte muntblaadjes in een koperen schaal, en het huisgemaakte brood in een gevlochten mand, zijn één voor één gepaste knipogen naar stillevens, die weelde, maar evenzeer vergankelijkheid oproepen.
Op het fluiten van de theeketel na is er amper iets te horen. Zelfs de korte statements die op het scherm verschijnen, zijn ontdaan van een voice-over: wel bedacht maar niet uitgesproken. Ze bevinden zich ergens in een limbo. Of de vrouw aan het bureau de strijd met het lege blad daadwerkelijk overwint of het schrijven louter een kwestie van overgave is, laat Biya in het midden. Door de herinnering op papier te zetten, herschrijven we die ook — schrijven is een actie in twee richtingen. Al brengt vooral de stilte soelaas.
De zo gecreëerde ‘tussenstaat’ weerspiegelt op een ontroerende manier de start van een rouwproces, waarbij men uit de tijd lijkt te vallen. Maar rouw heeft weerhaakjes die zich aan alle aspecten van ons leven hechten: als rem, maar evengoed als een vorm van houvast. what else grows on the palm of your hand? eert de tactiele herinnering die niet uit het hoofd komt, maar uit de rest van het lichaam.
“Whisper in your heart, memory in your hand, water in your palm, you know your way out.” Als onze ogen maar lang genoeg op onze handpalmen rusten, dan ontkiemt (en ontsnapt) het grillige geheugen er vanzelf. Biya speelt kundig in op de vraag of en hoe het zich uiteindelijk laat vangen: in tekst, beeld, herhaling, stilte, of tijdloze belofte?