Eerder in het jaar 1930 was Henri Storck benoemd tot ‘officiële cinegrafist’ van de stad Oostende. Daardoor kon hij – naast het verkoop- en administratieve werk in de schoenenwinkel van z’n vroeggestorven vader – eropuit trekken om bijvoorbeeld te filmen hoe in maatpak geklede heren, gezeten op een strandstoel, de benen strekten om hun kostbare schoenen boven het wassende water te houden. Zoals te zien is in Trains de plaisir. De vroege twintiger moest van z’n opdrachtgevers weliswaar de actualiteit van het Oostendse leven op film neerleggen, zodat die in bioscopen kon worden vertoond, hij had ook bedongen dat hij eigen werk mocht maken.