In het multidisciplinaire microklimaat van KASK School of Arts in Gent ontspruit elk jaar opnieuw een uiteenlopende groep filmmakers en audiovisuele kunstenaars. Dit is een selectie van de masterproeven waarmee de lichting 2024-2025 afzwaait.
In Les enfants ont des oreilles keert Kumail Syed terug naar de Brusselse Marollen, de wijk waar hij opgroeide maar die hij uiteindelijk de rug toekeerde. Kumail berouwt de manier waarop hij zich distantieerde van zijn milieu en zijn familie, en vertelt in voice-over hoe het leven was in een omgeving waar hij geen deel van wilde zijn. Hoewel zijn verhaal vertrekt vanuit het autobiografische, richt Kumail zijn blik al gauw op de bredere wijk, met verschillende bewoners die op hun beurt een eigen verhaal vertellen.
Waar het makkelijk zou zijn om met voorbedachten rade een film te bouwen rond een persoonlijk gevoel van spijt en dat te laten aansluiten bij je eigen perspectief, slaagt Kumail er in om zijn zoektocht ook echt een zoektocht te houden. Nieuwsgierig en bereid tot ongemak onderzoekt hij wat het betekent om deel te zijn van een arbeidersgemeenschap, op een plek met een lange geschiedenis van armoede en marginalisatie. Les enfants ont des oreilles is dichterlijk maar daarom niet minder transparant, op het moment dat Syed met zijn moeder in gesprek gaat zelfs op het pijnlijke af, want het schuurt om aan de zijlijn van dit moment te staan. De troost? Een warme blik die altijd de boventoon blijft voeren.
Net als Syed, keert ook Raouf Moussa terug naar bekend territorium, al lijkt hij wel een grotere afstand in te bouwen. Moussa ontgroeit zijn persoonlijke overpeinzingen en stelt de grote vragen die iedereen aangaan. In het filmessay As Far as We Imagine onderzoekt hij relaties tussen ruimtes onderling, tussen mens en plaats en ook de afwezigheid van een plek. De filmmaker onderneemt daarmee een persoonlijke zoektocht, langs schilderijen, via wetenschap, en geschiedenis. Totdat hij halverwege met de handen het zand in duikt en een ruimte tastbaar maakt. Kan film hem helpen om verbeelding en realiteit samen te brengen? Kan hij een nieuwe ruimte ontwikkelen en invullen?
Moussa betrekt de kijker in dat vraagstuk en laat die mee staren naar eerst de grote open lucht en vervolgens de kleine verkavelde bouwgronden. Zijn filmische ruimte krijgt vorm en textuur via simulaties, projecties op koepels en zandhopen, oude schilderijen van een vaderland, persoonlijke herinneringen en recente technologische geschiedenis. Benieuwd hoe de maker die ruimte in volgend werk weet uit te diepen.
In een heel andere, erg tastbare vorm, stelt Arthur Steenhoudt een kleine wereld voor. Steenhoudt is een zeer getalenteerd tekenaar, die duidelijk al eens naar vroege Duitse expressionistische films en het werk van James Ensor keek. Voor zijn stop-motionfilm Le marquis van de maan schetst hij kostuums voor zelfverzonnen figuren. Een sinistere sfeer omhult hen als nevel. Hij slaagt er daarna in om ze ook echt tot leven te wekken, met heel klassieke materialen: papier-maché, stof, acrylverf. De donkere, eenvoudige achtergrond zorgt ervoor dat zijn minutieus uitgewerkte, handgemaakte poppen alle ruimte en aandacht krijgen. Ze lijken misschien uit een andere wereld te komen maar genieten toch van erg menselijke roesmiddelen.
In het verhaal dat Steenhoudt vertelt verschijnt een grote boze wolf als een soort metafoor voor verslaving aan alcohol. Te veel drinken is slecht. Dat is geen complex idee, maar in de speelse, muzikale toon van de maker komt de boodschap aan. Je verliest door laveloos drinken niet alleen materiële zaken in het praktische leven, maar ook nieuwsgierigheid en verbeelding. Je hoort de muziek niet meer die in de wereld weerklinkt — die nochtans zeer mooi gemixt is in deze korte maar meeslepende film.